Wout D’heer met Civitanova te gast in Leuven “Thuis zijn we een beest, uit hebben we een complex”

06/01/2026

Woensdag is de avond die Haasrode Leuven al wekenlang in de agenda heeft staan: de eerste thuiswedstrijd in de Champions League in de geschiedenis van de club. De tegenstander is één van de absolute grootmachten in het Europese volleybal: Lube Civitanova. Dit Italiaanse sterrenteam, met als vertrouwd gezicht de Belgische middenman Wout D'heer, komt op bezoek in de Sportoase voor een duel dat zowel voor de Leuvenaars als de Italiaanse topploeg allesbehalve een formaliteit zal zijn. Voor D'heer is dit in elk geval een unieke gelegenheid om terug te keren naar zijn - voorlopig - nog altijd belangrijkste thuisland.

Perugia uit, bekerdroom voorbij. Het is oudejaarsdag in Italië wanneer Wout D’heer de telefoon opneemt. Nog geen 12 uur eerder lag Civitanova – bekerwinnaar van vorig seizoen – uit de Coppa Italia na een 3-1-nederlaag in een zinderende Pala Barton. En toch klinkt de 24-jarige middenman opvallend rustig. Want in de maalstroom van het Italiaanse topvolley wacht meteen het volgende hoofdstuk: de Champions League, en meer bepaald de trip naar… Haasrode Leuven.

Voor D’heer wordt het een bijzondere verplaatsing. Na drie seizoenen Trentino, één jaar Taranto en nu zijn eerste jaargang bij Lube, komt hij eindelijk nog eens toe aan spelen in eigen land. Niet tegen Maaseik of Roeselare, maar tegen de Belgische nieuwkomer op het hoogste Europese niveau: Haasrode Leuven. Tussen de verplaatsingen naar Perugia, Trento, Milaan en straks Warszawa in, duikt plots de Sportoase Leuven op de kalender.

Waar Civitanova in eigen land worstelt met een hardnekkig uitcomplex, blijft de club natuurlijk een absolute grootmacht in Europa. Een ploeg die tegen de top drie 7 op 9 pakt, maar tegelijk punten laat liggen bij Padova en Monza. Een ploeg ook die van D’heer geen project meer maakt, maar een volwaardige pion. Met basisplaatsen, vertrouwen en (belangrijk) genoeg rust om zich op lange termijn te ontwikkelen.

Tussen de drukte in de Civitanova Marche, met trainingen, feestdagen en een overvolle speelkalender, maakt D’heer tijd voor een lang gesprek over Perugia, leven aan de Adriatische kust, de inzet van de Champions League en zijn terugkeer naar België.


Wout, laten we beginnen bij de uitschakeling in de Coppa Italia tegen Perugia. Hoe hard komt dat aan?
D’heer: “Je wéét dat Perugia favoriet is, zeker als ze thuis spelen. Maar voor ons is dat geen ‘gewone’ match. Er zit een serieuze rivaliteit tussen Perugia en Civitanova, historisch en regionaal. Vanaf het moment dat ik hier toegekomen ben, voelde je dat wel: als die twee ploegen elkaar treffen, hangt er iets extra in de lucht.”

“Die kwartfinale was trouwens typisch Italië: gigantische zaal, ze hebben voor het EK nog extra tribunes bijgebouwd, alles vol, veel lawaai. Heel vet om in te spelen, eerlijk. Maar sportief doet het pijn. De Final Four halen is bij alle topclubs een duidelijk doel. Wij wilden onszelf als bekerwinnaar heel graag opvolgen en dan weet je: als je uit bij Perugia moet gaan winnen voor een ticket, heb je het vooral jezelf lastig gemaakt. We hebben eerder in de competitie punten laten liggen in Padova en Monza en dan kom je in zo’n scenario terecht. Dan is de kans reëel dat je eruit ligt.”

Was Perugia gewoon sterker, of overheerst toch het gevoel dat er meer in zat?
“Beide. In set 1 en 4 waren zij gewoon beter, dat moeten we erkennen. In de derde set hebben we kansen om 2-1 voor te komen, dan kan zo’n match volledig kantelen. Maar Perugia liet gewoon heel weinig liggen. Onze foutenlast op service kwam vooral op momenten dat we al achterstonden in de vierde set. Dan moet je nog drie, vier punten goedmaken en voel je dat de druk op de servicelijn groter wordt. Als je dat optelt, is het logisch dat zij verdiend doorgaan. Maar de teleurstelling blijft, hoor.”

Je haalde het zelf al aan: dat uitcomplex van Lube. Hoe groot is dat probleem?
“Wel, als je naar de cijfers kijkt, is het duidelijk. Vorig seizoen hebben we in de heenronde geen enkele uitmatch gewonnen. Dit seizoen stevenen we af op hetzelfde patroon: we starten eigenlijk goed – tegen topploegen als Trento en Verona spelen we op niveau en halen we 7 op 9 tegen de top drie – maar dan ga je verliezen in Padova, Piacenza, Monza… Dan sta je plots maar vijfde. Kijk, het verschil tussen thuis en uit is gewoon te groot. Thuis starten we heel agressief, met enorm veel opslagdruk. Je voelt dat iedereen meegesleurd wordt door het publiek. Uit is het allemaal net iets minder scherp. En in de Superlega word je daar keihard op afgerekend. Als wij tegen die ‘kleinere’ ploegen gewoon onze punten pakken, staan we nu naast Verona op de tweede plaats in het klassement. Daarom hebben we het in de groep ook zelf benoemd: tegen de top doen we het goed, maar als we echt in de top vier willen thuishoren, moeten we scherper zijn tegen de rest.”

Is er paniek in de club, of blijft het vertrouwen groot?
“Paniek niet. Maar er is wel directer gesproken in die mindere periode, ja. Dit is Lube, hé. Je moet gewoon meedoen voor alle prijzen. Tegelijk hebben we na die slechte reeks de matchen gewonnen die we moesten winnen: Montpellier in de Champions League, Cuneo uit, Piacenza thuis… Dan zakt de druk weer wat. Iedereen weet dat Perugia verliezen in hun zaal ‘kan’. Het gaat er nu vooral om hoe we reageren. Ons eerste doel is simpel: terug in de top vier. Daar horen we, daar moeten we naartoe. De play-offs worden lang en zwaar, maar als je in Italië aanspraak wil maken op iets, moet je daar starten.”


“Ik zit hier met mijn gat in de boter”
Hoe voel jij je persoonlijk in deze ploeg en club?
“Heel goed, eigenlijk. Ik heb het gevoel dat ik hier met mijn gat in de boter gevallen ben. Vanaf dag één was alles tot in de puntjes geregeld: appartement, faciliteiten, omkadering… Je merkt dat je in een absolute topclub zit. Dat had ik ook al bij Trento, met alle respect voor Taranto. Sportief heb ik misschien een kleine dip gehad – dat steek ik niet weg. In het begin van het seizoen startte ik in de basis, heb ik thuis tegen Trento bijvoorbeeld een heel goeie match gespeeld. Nadien werd mijn niveau wat minder constant, dan ben ik een paar keer niet gestart. Dat vreet wel even aan je. Maar in november voelde ik dat de trein terug begon te lopen: beter op training, in Milaan ingevallen en snel mogen blijven staan, tegen Piacenza terug starten, nu ook in Perugia. Ik zit opnieuw in een goeie flow en voel veel vertrouwen van de coach. Dat is belangrijk.”

Hoe gaat zo’n gesprek met een coach op dat niveau?
“Ik ben niet de grote prater die elke week gaat vragen hoe het zit. Maar na bijvoorbeeld de 3-0-nederlaag in Piacenza, waar ik de eerste set speel en dan word gewisseld, voelde ik me echt slecht. Toen hebben we samengezeten. De boodschap van coach Giampaolo Medei was heel duidelijk: ‘Maak je daar nu niet zot over. Ik vertrouw nog altijd op je. We focussen nu op een paar technische dingen en je krijgt de tijd om rustig terug te keren op jouw niveau.’ Als je dan ziet dat hij je nadien weer kansen geeft en je het gevoel hebt dat je dat vertrouwen terugbetaalt, geeft dat rust. Je weet: ik ben hier niet zomaar een nummer.”

Hoe is het leven naast het volleybal in Civitanova?
“Heel aangenaam. Het is geen megastad, eerder een rustige kuststad. In de zomer zou het hier volle bak zijn, dan trekken veel mensen van het binnenland naar het strand. Nu is het kalmer, maar nog altijd erg leefbaar. Het weer helpt natuurlijk ook: midden december nog 10 à 12 graden en zon… Je loopt hier niet met dikke winterjassen rond. Een ander groot verschil met mijn vorige jaren: mijn vriendin is nu volledig mee verhuisd. Dat maakt immens veel uit. Eerder zat ik vaak ’s avonds alleen in mijn appartement, nu kom je echt thuis bij iemand. We zijn hier samen ons leven aan het uitbouwen en dat geeft mentaal veel stabiliteit. Zij is verpleegster en probeert hier werk te vinden, dat is niet evident – de administratie loopt hier wat trager dan in België, zal ik maar zeggen. Maar de intentie is duidelijk: dit is niet voor één jaartje, ik wil hier minstens twee seizoenen blijven en echt groeien.”

Je praat ook vlot Italiaans. Een bewuste keuze?
“Ja, al van in mijn tweede, derde jaar in Trento. Ik vind dat belangrijk. Ze spreken bij Lube meer Engels dan de gemiddelde Italiaan, maar ik probeer altijd Italiaans te praten met wie dat kan. Het helpt in de groep en het is gewoon leuk om die taal echt te kunnen. Ze appreciëren dat ook. Je merkt: je wordt sneller als ‘één van hen’ gezien.”

Hoe belangrijk is de Champions League voor Civitanova?
“Heel belangrijk. Voor de club is het één van de competities waar we toch prijzen willen pakken. Onze missie is simpel: in elke competitie meestrijden. In de CL willen we onze poule winnen of minstens met Warszawa doorgaan. Je weet dat alle eerstes rechtstreeks naar de kwartfinales gaan en dat de tweedes, plus een beste derde, nog een tussenronde spelen. Maar eerlijk: zo ver zijn we nog niet. Het enige wat voor ons telt, is elke match op hoog niveau spelen.”

En de loting?
“We mogen niet liegen: het is zwaar. Warszawa, Montpellier en nu ook Leuven dat je zeker niet mag onderschatten. Maar in Europa telt vooral jouw eigen niveau. In Montpellier hebben we met onze basisploeg gespeeld, dat zegt genoeg. Champions League is geen competitie om veel te roteren. Iedereen wil zichzelf tonen op dat podium.”

Over dat Haasrode Leuven gesproken: hoe kijkt de kleedkamer van Lube naar VHL?
“Er is zeker al over gesproken. ‘Waar gaan we naartoe, wat is dat voor ploeg, ken je spelers?’ – die vragen komen automatisch. Ik volg VHL wel: kijk naar uitslagen, soms naar een match. Wat zij de laatste jaren opgebouwd hebben, is straf. Ze zijn terecht vicekampioen geworden. Ik heb de laatste finalewedstrijd tegen Roeselare nog via de live stream gevolgd en ze horen gewoon thuis in de top in België en nu dus ook in de Champions League. Ik verwacht in Leuven een ploeg die vrijuit speelt. Het is hun allereerste CL-thuismatch, in een mooie zaal, voor eigen publiek. Niemand verwacht dat ze van ons moeten winnen. Zij kunnen gewoon gaan. Dat is gevaarlijk voor een favoriet. Wij moeten hen absoluut ernstig nemen, want in de Champions League zit geen enkele ploeg toevallig. En ik hoop echt dat de Sportoase volloopt, want voor het Belgische volleybal is dit een geweldig moment.”

Voor jou persoonlijk wordt het ook iets speciaal, met familie en vrienden in de tribune.
“Absoluut. Het zijn zeldzame momenten, hé. Mijn papa is er al druk mee bezig. Met Trento heb ik ooit eens in Menen gespeeld, vorig jaar nog de Red Dragons tegen Azerbeidzjan, maar dat zijn uitzonderingen. Nu is het Champions League, in Leuven, tegen een Belgische ploeg. Dat maakt het bijzonder. We komen dinsdag vanuit Bologna: drie uur bus, vlucht, hotel in Leuven… Donderdag weer terug, zondag opnieuw competitie tegen Padova. Het is druk, maar dat hoort erbij. Ik hoop vooral dat ik het even kan laten binnenkomen: spelen op topniveau, in een volle Belgische zaal, met familie erbij. Daarvoor doe je het als speler.”

Als je je kalender bekijkt – competitie, beker, Champions League – lijkt het soms onmenselijk. Ervaar jij dat zo?
“Ja en nee. De kalender is moordend, zeker in januari en februari. We hebben vijf Champions League-matchen, plus minstens één of twee midweekmatchen in de Italiaanse competitie. Eind januari spelen we in Milaan (zes uur bus), daarna naar Warszawa, tussendoor Trento en Verona… Maar aan de andere kant: in een ‘normale’ week trainen we ook heel hard. Je bouwt daar naartoe, fysiek en mentaal. Dit is topvolley. Je lichaam went ergens aan die belasting. Het zijn vooral de reizen die het zwaar maken. Maar zolang je gezond blijft, is het ook gewoon fantastisch om zoveel topmatchen te mogen spelen.”


Kleine dilemma’s met een grote glimlach

Pizza of pasta – de rest van je leven?
“Pizza. Altijd pizza. Welke? Ik laat me graag verrassen: met salami, of eentje met mortadella, pistache en mozzarella… Dat is hier echt een ding, hé: pizza bolognese-stijl.”

Instagram of TikTok?
“Instagram. TikTok is niets voor mij. Ik probeer soms zelfs van Instagram wat weg te blijven, om niet de hele tijd met mijn hoofd in mijn gsm te zitten.”

Lange, rustige training of korte, keiharde sessie?
“Hangt af van het moment. Ik vind het niet erg om lang te trainen als we echt aan techniek werken. Maar de dag voor een match mag het kort en intens zijn. Dan wil je scherpte, geen eindeloze 6-tegen-6-blokken.”

Zon of schaduw? Italië of België?
(lacht) “Daar ga ik toch voor Italië kiezen. Vijf jaar hier… de levenskwaliteit is heel hoog. Maar op het einde van het seizoen kijk ik ook altijd weer uit naar thuis. Het is een beetje mijn tweede thuis geworden, eigenlijk.”

Scudetto of Champions League, als je móét kiezen?
“Ik heb het geluk gehad dat ik beide al eens gewonnen heb met Trento. Maar als ik echt moet kiezen: de scudetto. Kampioen spelen in Italië, een bomvolle zaal, feest met je supporters… dat is zo speciaal. Voor de club is de Champions League misschien prestigieuzer en financieel belangrijker, maar dat gevoel van kampioen worden – dat blijft iets unieks.”

Tekst: KH
Foto’s: Wout D’heer

Top