Matthijs Verhanneman: “Respect voor de tegenstander in de kleedkamer laten”
Terwijl Haasrode Leuven Europees op zoek gaat naar een eerste setwinst en de strijd om een plaats in de top-4 van de reguliere Belgisch competitie komend weekeinde een hoogtepunt bereikt met Aalst – Maaseik en Waremme – Haasrode, kijken ze in Roeselare uit naar de komende Europese matchen.
Dinsdagavond ontvangt ‘de Knack’ in het kader van de Champions League immers Galatasaray en een week later volgt de thuismatch tegen Ankara. “Eén keer winnen en we spelen verder Europees,” beseft de Roeselaarse trainer Matthijs Verhanneman. “En we hebben in de voorbije vier wedstrijden bewezen dat we dit niveau aankunnen, want we haalden telkens minstens één punt.”
Daarover seffens meer, want zagen we de competitieleider vorige zaterdag immers niet riant de eerste set verliezen bij Caruur Gent.Verhanneman maakt er geen drama van. “We hebben in die match volop geroteerd: liefst zeven spelers op andere plaatsen dan gewoonlijk. Dat was misschien even wennen en ik heb dezelfde ploeg laten staan en stilaan zag je ze groeien en uiteindelijk werd het nog een relatief gemakkelijke zege. Goed voor het zelfvertrouwen van de betrokken spelers. Zij bewezen meteen dat zij er ook bij horen.”
Maar in de Champions League mogen we allicht weer de basisploeg verwachten?
Verhanneman: “We hebben normaal gezien genoeg aan één overwinning in onze laatste twee wedstrijden. De poulewinnaars en de ploegen die tweede eindigen en zelfs de beste derde, bekeren Europees verder. Hoe het verder moet, hangt af van de lottrekking en van de vraag wie de Final Four organiseert. Daarnaast is er zelfs nog het vangnet van de CEV-beker.”
Jullie deden het tot dusverre uitstekend met vier matchen die eindigden in een tiebreak. Maar zat er niet méér in?
“Het feit dat we in elke match minstens één punt haalden, bewijst toch wel dat we erbij horen. Maar er zat in sommige matchen wel meer in. In Lublin leiden we met 0-2 en krijgen we twee matchballen, die we niet konden benutten. Thuis tegen datzelfde Lublin staan we 10-7 voor in de tiebreak, maar door enkele Poolse ‘bommen’ moeten we ook daar de winst uit handen geven. Ook in de heenmatch bij Galatasaray missen we in de vierde set enkele winstkansen.
Ach, niet te veel aan terug denken en er de nodige lessen uit trekken.”
Dinsdagavond Galatasaray. Een haalbare tegenstander in eigen zaal?
“Het spreekt vanzelf dat het thuispubliek ons een flinke stimulans kan bezorgen en dat het dan een ietsje gemakkelijker spelen is. Maar eigenlijk spelen we in onze poule tegen drie tegenstanders, die op papier sterker zijn dan wij. Het zal dan ook helemaal niet gemakkelijk gaan. Zij teren aanvallend vooral op de Canadees Stephen Maar en de Franse opposite Jean Patry, die in de belangrijke matchen de puntjes zowat onder hun beiden verdelen.”
Wat kan je daar tegenover stellen?
“Tot hiertoe hebben wij in elke match stevig geserveerd en dat brengt de tegenstander ongetwijfeld in de problemen. Je moet dan wel risico’s nemen, maar je mag daarin ook niet overdrijven. Ik vind dat we op dat gebied stabieler geworden zijn als ploeg.
Plus dat we natuurlijk over een aantal routiniers beschikken, zoals Pieter Coolman, Stijn D’Hulst en Dennis Deroey, die het uitstekend doen. Voeg daar enkele sterke aanvallers bij, die zich verder ontwikkelen en naar wie er nu reeds buitenlandse vraag is – steeds vroeger ! – en ik denk dat we dan over voldoende wapens beschikken om degelijke resultaten te boeken. We moeten ons nu vooral focussen op het hier en nu.”
Welke elementen denk je toegevoegd te hebben als ‘nieuwe’ trainer?
“Ik ben in deze job inderdaad ingerold. Ik heb natuurlijk zelf een pak ervaring opgebouwd in deze club. Als speler met verschillende sterke trainers, maar ook in een club met een sterke traditie, waarin je alle steun krijgt die je nodig hebt. Ik heb dit alles super intens beleefd en ik vind het allemaal tof, mijn zelfvertrouwen is gegroeid en ik kreeg er veel motivatie bij. Wat ik de spelers misschien wel heb bijgebracht, is het feit dat ze in alle matchen het respect voor de tegenstanders in de kleedkamer moeten laten. Niet evident als je tegen de betere spelers in de volleywereld moet uitkomen. Al helpt hier ook wel de ervaring binnen onze groep.”
Je hebt allicht ook wel enkele tegenslagen moeten verwerken.
“De grootste ontgoocheling tot dusverre was natuurlijk de uitschakeling in de Belgische beker tegen Greenyard Maaseik. Maar misschien was dat ook een kantelpunt in onze prestaties. Een klik. Hoewel we verder mogen terugblikken op een mooi parcours: we lieten amper drie punten liggen in de competitie, terwijl we Europees toch boven alle verwachtingen presteerden.”
Maar tegen Maaseik hebben jullie intussen al wel iets recht gezet door te winnen in de recente competitiewedstrijd.
“Dat was ook belangrijk en de ganse groep was er ook op gebrand, want door die overwinning konden we misschien Maaseik weg houden uit de BeNe Conference. We zijn er dan ook volop voor gegaan.”
Nooit gedacht: stond ikzelf maar weer op het terrein?
“Neen. Ik heb vrede genomen met de manier waarop ik als speler afscheid kon nemen. Ik heb dat allemaal achter gelaten en ik was tevreden met mijn aandeel dat ik de club doorheen de jaren kon bezorgen. Ik hoefde niet perse weer het terrein op.”
Was coach worden toch niet moeilijker dan je gedacht had?
“Er komt een veelheid van taken op je af buiten de trainingen en de matchen. Het is soms een intense weg en veel organisatie. Wanneer doen we welke trainingen, waarop leg ik de accenten, zowel in de trainingen als tijdens de matchen, hoe zorg je telkens weer voor de juiste motivatie, wanneer eten we warme snacks, welke menu’s worden er best opgesteld… Maar ik mocht binnen de club veel steun krijgen. Knack Roeselare is immers een traditieclub en ik kom zelf als speler uit hun kern. Dat vergaten ze hier niet.”
Betekent het dat je nog minstens een jaartje langer coach blijft?
“Ik heb een contract van onbepaalde duur en ik heb zeker de intentie om hier te blijven. Ik heb het aanvoelen dat het clubbestuur er ook zo over denkt.”
Wat blijven de doelstellingen voor de rest van het seizoen?
“Bij een club als Roeselare wordt er verwacht dat je zo veel mogelijk wint. De BeNe Conference blijft een leuke afwisseling tegen andere ploegen, een goed georganiseerde competitie in leuke zalen met veel publiek. Wij hebben daar een titel te verdedigen tegen nog steeds sterke tegenstanders als Orion Doetinchem en Lycurgus Groningen.
In de eigen competitie willen we natuurlijk ook onze titel verlengen en als we in de Champions League kunnen overleven in deze poule, dan hoop ik dat we weer kunnen terugblikken op een mooi seizoen.”
Tekst: MC
Foto: Lotto Volley League