Wouter Verhelst nieuw lid in de topsportcommissie “Interessanter dan ik dacht”

20/01/2026

De topsportcommissie is een nieuw lid rijker in de persoon van Wouter Verhelst. Hij is misschien wel de man met de meeste universitaire diploma’s, die het volleywereldje in Vlaanderen rijk is. Licentiaat geschiedenis (oudheid), gevolgd door een Master internationale betrekkingen en conflictbeheersing (beide aan de KULeuven). Dan een Masterdiploma menselijke ecologie en duurzame ontwikkeling (VUB) en een Master monumenten en landschapszorg (Un. Antwerpen).

Is zo’n veelzijdige persoon dan wel geschikt om in de topsportcommissie post te vatten, zullen sommigen zich misschien afvragen. Maar dat is zonder zijn sportieve ervaring gerekend. Wouter fungeerde als volleyer tien jaar als ex-profspeler bij Lennik en Roeselare, terwijl hij tegelijkertijd ook lid was van de nationale volleyploeg mannen. En daarmee eindigt zijn sportief verhaal niet, want als 45-jarige middenblokker blijft hij actief in eerste nationale bij Rembert Torhout.

“Maar daarover gaan we het hier allicht niet hebben, want ondanks onze ervaring met enkele ervaren spelers, kennen we een moeilijk seizoen. Al gaan we ervoor om het behoud in deze reeks te verzekeren,” klinkt het enthousiast.

Hoe kwam je eigenlijk in de topsportcommissie terecht?
Wouter Verhelst: “Een paar maanden geleden kreeg ik een telefoontje van Kris Eyckmans, directeur Topsport, of ik geen interesse had om Dominique Baeyens te vervangen, die daar blijkbaar mee wilde stoppen. Ik ken het wereldje van de topsport natuurlijk wel een beetje uit mijn eigen volleycarrière, ik ken de werking van de topsportschool ook wel doordat mijn dochter Liese daar gestudeerd had, terwijl ik ook wel op de hoogte ben over het functioneren van de nationale ploegen. Beachvolley ken ik misschien het minste, hoewel een sterspeelster als Lente Thant ook wel uit onze club komt en ik dat dus ook wel een beetje volg. Ik wist dus van alle vereiste onderdelen van de topsport wel iets.”

Wat gaf uiteindelijk de doorslag?
“Ik heb inderdaad wel even getwijfeld, maar na rijp beraad heb ik die functie toch aanvaard. Ik heb daarover ook het advies gevraagd van o.a. Dominique Baeyens zelf en hij vond het zeker relevant dat ik toetrad. Ik heb intussen drie vergaderingen achter de rug: twee op digitale wijze en één tijdens een ‘live’ aanwezigheid in Vilvoorde. De bondsleiding is daarin vertegenwoordigd, naast een aantal onafhankelijke experts en vertegenwoordigers van organisaties die zich met topsport bezig houden, zoals Sport Vlaanderen en het BOIC.”

Want hoe omschrijf je de taak van die topsportcommissie?
“We adviseren de werking in brede zin van de nationale ploegen en van de topsportschool, zowel in zaal als op zand. De commissie is de link vanuit de volleybalwereld naar hogere echelons zoals Sport Vlaanderen en het BOIC. Mijn eerste gevoel is alleszins dat het interessanter is dan ik aanvankelijk gedacht had. Het is zeker niet zo maar een praatbarak. Ik kan er zeker over de meeste zaken wel iets inbrengen. Een probleem kan uit verschillende hoeken benaderd worden en ik denk wel dat iedereen gebaat is met een klankbord waarbij een aantal zaken kunnen afgetoetst worden en daarin denk ik zeker mijn bijdrage te kunnen leveren.”

Kan je een aantal concrete onderwerpen meegeven die aan bod komen?
“Er komt eigenlijk vrij veel ter sprake: het advies over bepaalde programma’s, nadien de evaluatie ervan, wat er verder nog mogelijk is, wat de werkpunten zijn in de organisatie, welke doelstellingen kunnen in de toekomst wellicht anders aangepakt worden… Op het programma voor volgende maand komen vooral een aantal organisatorische aspecten ter sprake: afspraken met de coaches, de kaders voor volgende campagnes, misschien hier of daar een stukje subsidie. Want de financiële situatie heeft uiteraard ook impact op de werking. Vooral bij de jeugd moeten daarbij soms moeilijke keuzes gemaakt worden, die het niet altijd gemakkelijk maken om de sportieve doelstellingen te halen.”

Je bent al lang actief in het volley. Welke zaken heb je in intussen zien veranderen?
“De verslaggeving over onze sport is anders geworden. De verslagen van elke wedstrijd zijn verdwenen in de maandagkrant en er verschijnen nog weinig reportages in de dagbladen. Misschien zijn kranten wel een beetje voorbijgestreefd. Maar je moet realistisch blijven en kijken hoe je veel wedstrijden via de Liga en ook via Sporza en internationale websites kan volgen. Verder heb je de websites van de federatie en van de clubs, waarop je dikwijls de scores en de statistieken van elke match kan volgen. Verder zijn er de artikels op Topvolley Belgium en de verspreiding ervan via de sociale media. Het is gewoon anders dan vroeger: misschien iets minder klassieke media-aandacht, maar veel meer ‘exposure’ via sociale media en internet.

Verder stel ik vast dat er momenteel blijkbaar meer overleg bestaat met de Franstalige federatie tegenover vroeger. Spelers of speelsters uit die regio worden dan ook meer dan vroeger geselecteerd voor de nationale ploegen. Plus ik stelde b.v. vast dat bij de selectie van meisjes U18 een viertal meisjes niet uit de topsportschool kwamen.”
Kan je de functie in de topsportcommissie combineren met jouw job als afdelingshoofd Ruimte bij het gemeentebestuur van Wingene?
“Elke keer als er een vergadering is, neem ik daar op het werk een halve dag vrij voor. Anders kan je dat niet ernstig doen. Ik doe dat onbezoldigd, en met plezier.”

Was het feit dat jouw dochter Liese deel uitmaakt van de nationale vrouwenploeg geen beletsel om toe te treden tot de topsportcommissie?
“Ik ben blij dat je die vraag stelt, want dat was voor mij het grootste probleem qua deontologie. Er zijn dan ook duidelijke afspraken over gemaakt. Als over de Tigers de situatie geëvalueerd wordt, dan onthoud ik mij.”

Was je zelf niet verrast dat Liese plots zo sterk uithaalde bij de Yellow Tigers?
“Ik was vooral zelf aangenaam verrast door de snelheid waarmee ze zich ontwikkeld heeft. Zonder één wedstrijd in de Liga gespeeld te hebben, deed ze zich opmerken op het WK. Ze heeft zich duidelijk goed geïntegreerd in de groep, want dat zal ook niet evident geweest zijn. Ze heeft ook gebruik gemaakt van de omstandigheden en mogelijkheden die zich daar aandienden. Ik vind ook dat de coaching in die ploeg sterk was op het mentale vlak. Ze hebben van deze ploeg een groep gemaakt met een missie en dat kan misschien wel als een positief voorbeeld gelden voor andere nationale teams.”

Tekst: MC
Foto: Rembert Torhout Heren

Top