Frederik De Veylder: “Het wordt geen overgangsjaar voor Asterix”

02/10/2026

Bij de ploegvoorstelling van Asterix Avo Beveren dit jaar geen Kris Vansnick (trainer geworden bij de Franse topclub Paris Levallois), dus kreeg Frederik De Veylder de eer om zijn ploeg en haar verwachtingen voor het komende seizoen voor te stellen.

Het behoud van amper vier speelsters uit de kern van vorig jaar, al dadelijk enkele stevige blessures voor een langere periode bij drie speelsters (Liese Verhelst, Helena Gilson en Ella Joosen) en toch wel enkele onervaren nieuwkomers op het hoogste niveau. Mogen we ons misschien voor de uittredende kampioen aan een overgangsjaar verwachten?

Frederik De Veylder is categoriek. “Helemaal niet. Er is weliswaar een bladzijde omgeslagen, maar er is nog wel zo veel talent aanwezig dat we wel degelijk nog hoge ambities koesteren.
Ik geef toe dat we wel niet gerekend hadden op de zware blessure van ons speerpunt Liese Verhelst, want zij hoorde wel degelijk bij ons project. Ook bij de connectie met de Topsportschool hadden we pech dat we Ella Joosen met een knieblessure amper dit seizoen aan het werk zullen zien en dat Helena Gilson weliswaar revalideert, maar nog niet aan springen toe is. Ook wegens de interlandverplichtingen moesten we op training soms aantreden met twee setters, twee libero’s en twee aanvallers. Ik hoop dus dat ik daarop niet word afgerekend.”

Ondertussen hebben jullie al wel een aantal trainingswedstrijden achter de rug…
Frederik De Veylder: “We speelden tegen Munster, Charleroi, Oudegem en Sliedrecht. We werden er natuurlijk op bepaalde momenten geconfronteerd met onszelf, maar daar stond een goede evolutie tegenover en een fijne ontmoeting met de ganse groep. Deze ploeg werkt intussen uitstekend samen, maar we mogen niet geteisterd worden door nieuwe pech, want we hebben weinig ‘back up’ en dan wordt het soms een beetje improviseren.”

Wat zijn de sterke punten van de huidige spelersgroep?
“Er is natuurlijk een stukje maturiteit vertrokken, maar we hebben nog steeds voldoende ervaring in de ploeg, die het uitstekend kan vinden met de jonge talenten. Het DNA van Asterix is zeker gebleven, iedereen is bereid om een aantal nieuwe zaken op te pikken en dankzij een redelijke nationale kalender kunnen we met deze ploeg rustig groeien in de competitie.
Wij mikken allemaal naar een eerste mooi resultaat in de voorronde van de Champions League. Eind oktober staat de confrontatie met Maribor met stip aangeduid op ons verlanglijstje. Kunnen we daarvan winnen, dan volgt een duel met de winnaar van Porto – Andalusië. En mocht ook dat lukken, komen we in de groepsfase van de Champions League niemand minder tegen dan Vakifbank.”

Hoe ver sta je in vergelijking met de andere Belgische ploegen?
“Wij zijn momenteel nog niet bezig met de andere ploegen. Ik zie dat de groep steeds beter naar mekaar toegroeit en er zijn zeker nog heel wat groeimogelijkheden. De komst in laatste instantie van de Nederlandse Iris Scholten is op alle gebied een godsgeschenk. Ik heb eigenlijk altijd graag gespeeld met Nederlandse speelsters, want zij zeggen meteen waarop het staat. Ze is ook al mega goed geïntegreerd in de ploeg. Het zegt overigens voldoende over haar dat ze na een verblijf in Japan zich ten volle wil inspannen om te werken met een groep ‘jonkies’ bij Asterix.”

Je staat als coach voor een zware erfenis na Kris Vansnick?
“Ik ben hem dan ook dankbaar dat hij hier na een verblijf van vijftien jaar een stevige basis heeft achter gelaten. Daar kan ik zeker op verder bouwen, maar ik heb ook al wel wat ervaring op het hoogste Belgische niveau als coach bij Oostende, Roeselare en enkele jaren als assistent-coach bij Asterix. Ik zal dan ook trachten een eigen stempel te drukken op het ploeggebeuren.”

Vanaf wanneer wist je dat jij de nieuwe coach zou worden?
“Ik heb zeker niet onbezonnen Kris opgevolgd. Eind januari gaf hij zijn voornemen aan om te stoppen als coach bij Asterix. Ik moet je niet vertellen dat een functie bij de landskampioen vele kandidaten aantrekt. Maar ik heb wel een aantal keren stevig overlegd met het bestuur van Asterix, want ik werd ook geconfronteerd met het feit dat deze club overdag traint. Ik was na 19 jaar in het onderwijs vast benoemd en deze sportieve uitdaging betekende dus ook andere wijzigingen. Maar zowel bij mijn schooldirecteur als bij het clubbestuur kon ik op veel begrip rekenen. Ik zal nog enkele beleidsuren opnemen in de school, maar ik zet nu hard de focus op het volley. Ik heb een contract van één jaar en ik ga er kwalitatief alles aan doen om dat zo goed mogelijk uit te voeren. Als dat voor iedereen goed is, ben ik uiteraard bereid om dat te verlengen.”

Wat is er praktisch concreet voor jou veranderd?
“De dagtrainingen. Wij trainen één dag in Vilvoorde, één dag in Beveren en drie keer in Wilsele, ook nog in het Leuvense, maar in een heel rustig zaaltje dat helemaal voor ons is. Vanuit mijn woonplaats Opwijk allemaal redelijk te bereiken, buiten af en toe de Ring van Brussel.”

Had je inspraak bij de keuze van nieuwe speelsters?
“Ik denk dat ik ten volle kan rekenen op de steun van de blijvers. Die basis was er alvast. Ik denk ook wel dat ik ten volle kan rekenen op de nieuwkomers. Maar mocht ik het in de toekomst mee voor het zeggen hebben, dan zou ik alleszins vroeger rondkijken wie er beschikbaar is, al vind ik het zelf ook schandelijk hoe vroeg die transfergesprekken steeds beginnen. Zelfs voor Nieuwjaar. En heel wat speelsters hebben tegenwoordig ook een manager.”

Welke ploegen worden jullie grootste concurrenten?
“Dat zijn er wel enkelen. Op Antwerp Ladies heb ik nog geen kijk, maar het staat vast dat Tchalou, Charleroi en zeker Roeselare er als favorieten torenhoog bovenuit steken. Buiten onze Europese ambities, willen wij dit jaar echt wel opnieuw de bekerfinale in het Antwerpse Sportpaleis halen. Maar ook op dat gebied staan we voor een moeilijke opdracht, vermits nagenoeg alle ‘sterke’ ploegen aan onze kant van de tabel staan. Het zal er dus ook van afhangen hoe wijzelf de komende maanden groeien.”

Ben je als coach mettertijd gewijzigd?
“Ik ben veel rustiger geworden. Ze zeggen dat het te maken heeft met de komst van kinderen, haha!”

Tekst: Marcel Coppens
Foto: Framedbyfem

Top