Manon Stragier: ‘The Last Dance’
Negen seizoenen bij Asterix Avo. Ze veroverde zes bekers, zeven landstitels en zondag mogelijk een achtste. Bekroond als ‘Speelster van het Jaar’, recent nog uitgeroepen tot ‘Star of the Game’. Van de Yellow Tigers tot de CEV Champions League: Manon Stragier zag en beleefde het allemaal. In het begin van dit kalenderjaar kondigde ze haar afscheid aan. Het is goed geweest.
In januari zette je de nationale pers op zijn kop met het bericht dat je met volleybal zult stoppen. Toen leek het einde nog ver weg. Nu komt het plots heel dichtbij. Voel je de emoties al opborrelen?
Manon Stragier: “De focus ligt volledig op de volgende finalewedstrijd. We staan 2-0 voor, één overwinning scheidt ons van de titel. In zo’n belangrijke confrontatie is er weinig ruimte voor sentiment. Als het vlot loopt, zoals in die derde set donderdag, dan kan je even rondkijken en genieten. Maar als het spannend is — en dat was het in de eerste twee sets — dan zit je in een tunnel. Tactiek, tegenstander, uitvoering, focus.”
En toch: supporters met T-shirts die op een rijtje jouw naam M-A-N-O-N plus een hartje erbij uitbundig tonen. Familie en vrienden op de tribune, een club die je als boegbeeld en kapitein omarmt. Ontroering en vertedering sluipen dichterbij.
“Ik probeer me daarvan af te schermen. Het leidt af en daar is het moment te belangrijk voor. De emoties komen later wel, na het laatste fluitsignaal. Natuurlijk doet het iets. Ik heb dankzij het volleybal vriendschappen voor het leven opgebouwd. Maar deze titelstrijd is te spannend om nu al sentimenteel te worden. Bevo Roeselare heeft ons meer dan één keer gewaarschuwd. Sommige setstanden waren te nipt.”
Wie heeft jouw parcours het meest gevormd?
“Het begon allemaal in Wevelgem, met een goede jeugdopleiding via mijn papa en Dirk Dobbelaere. Dat was mijn peter. In de volleybalschool heeft Fien Callens mij sterk beïnvloed. Daarna de eerste periode bij Asterix Avo, waar ik telkens verbaasd was over de slimme inzichten van het volleybalspel, gedoceerd door Gert Vande Broek. En natuurlijk ook Kris Vansnick, tijdens mijn tweede passage bij Asterix Avo. Met hem heb ik het langst samengewerkt. Zijn inbreng is niet te onderschatten. Tussendoor heeft Luc Engelschenschilt mij speelkansen gegeven bij Michelbeke en Gent. Dat vergeet je niet zo maar. Ik had het geluk om met sterke volleybalsters samen te spelen. Ik sprak daarjuist over de vriendenkring. Sarah Smits is echt wel een voorbeeldfiguur geweest.”
Je generatiegenoten kozen vaak verschillende paden. Sommigen trokken naar het buitenland, anderen combineerden topsport met studies of werk.
“Dat verschil is fundamenteel. In België moet je als speelster vaak zelf puzzelen en eigenlijk je plan trekken om alles rond te krijgen. In landen als Italië — kijk naar Britt Herbots of Silke Van Avermaet, speelsters waarmee ik begon in Vilvoorde — draait alles rond volleybal. Dat is hun job, hun broodwinning Hier zijn er meer afleidingen. Dat beïnvloedt keuzes, en uiteindelijk ook carrières.”
Je had zelf ook kansen om naar het buitenland te trekken. Waarom is dat nooit gebeurd?
“Vier jaar geleden waren er opties, maar ik koos voor zekerheid en veiligheid in mijn vertrouwde omgeving. Nu denk ik soms: had ik toen de maturiteit gehad die ik nu heb, dan had ik die stap misschien gezet. Ondertussen leerde ik Jari kennen en dat heeft mijn keuzes mee bepaald.”
Je wordt inderdaad een voetbalvrouw met Jari De Busser, doelman van beroep - zijn naam cirkelt zelfs bij Club Brugge rond. Dat wordt een heel ander hoofdstuk in jouw leven.
“We zien elkaar nu amper, een paar uur per week. Dat willen we veranderen naar meer ‘quality time’. Hij staat aan het begin van zijn carrière, ik aan het einde van de mijne. Dan maak je samen de afweging. Dit voelt als het juiste moment. En wat Club Brugge betreft. Ik weet net zo veel als jullie. In het voetbal wordt alles later beslist. Misschien weten we zelfs pas in augustus meer over zijn toekomst.”
De kloof tussen volleybal en voetbal, financieel en qua aandacht, blijft groot.
“Absoluut. Maar dat neemt niet weg dat ik enorm veel mooie momenten heb beleefd. Ik speel nog altijd graag volleybal, maar ik wil geen compromissen sluiten. Liever stoppen op een hoogtepunt dan blijven doorgaan tot het minder wordt. Bovendien wil ik me verder ontwikkelen in mijn job in marketing.”
Tot slot: de play-offs. Asterix AVO domineerde, maar Roeselare sloeg terug.
“We zijn er inderdaad nog niet. Dit is een ‘best of five’. Roeselare blijft gevaarlijk. Ze hebben het wegvallen van Nikita De Paepe knap opgevangen met Janne Deleu. Er staat nog jong talent klaar zoals Lune Hoste. Bij ons is het afwachten met Helena Gilson. Zij blesseerde zich donderdag tijdens de openingsset. Kaat Cos heeft het uitstekend overgenomen. Maar we kunnen als team nog beter. En dat is precies wat ons drijft naar de 18de landstitel voor de club.”
Voor Manon Stragier is de laatste dans ingezet. Misschien zondag reeds voor overvolle tribunes, na nog één keer alles geven. Om dan haar carrière in schoonheid af te sluiten.
Tekst: Walter Vereeck
Foto: bevograaf