Seppe Baetens: “Ik wil mijn ervaring doorgeven”

06/06/2026

Met zijn 37 jaar is Seppe Baetens zonder enige twijfel de oudste Red Dragon uit de selectie van coach Zanini. Een man met bijzonder veel ervaring en een erelijst die mag gezien worden. Bekerwinst met Antwerpen na de onvergetelijke thriller en 28-26 tegen Roeselare, het jaar nadien met Asse-Lennik (in de finale tegen Antwerpen), bekerfinales bij het Franse Nantes en in Abu Dhabi, plus titelwinst in 2019 met Maaseik, na alweer een thriller tegen Roeselare en een zege in de tiebreak van de vijfde play-offmatch.

Maar waar was de zoon van de legendarische Jo Baetens vorig jaar actief? Niet zo gemakkelijk terug te vinden in de statistieken, maar wel héél actief en succesrijk bij Steau Boekarest in Roemenië.

“Wij speelden een heel sterk seizoen. In de competitie wonnen wij 18 van de 20 wedstrijden, waaronder een reeks van 15 overwinningen op rij. In de play-offs haalden wij de kwartfinales, maar doordat er dan plots een periode kwam van drie weken zonder matchen, zakte ons niveau. We haalden nog wel de vierde plaats, nadat we slechts in de vijfde play-offmatch tegen Zalau in de tiebreak verloren. En in de beker hadden we de pech om dadelijk in de eerste ronde uitgeloot te worden tegen Gelati, de toenmalige kampioen, en we werden meteen uitgeschakeld,” vertelt een steeds even enthousiaste Seppe vanuit de ouderlijke woning in Lennik.

Was het onverwachts dat je werd uitgenodigd voor de nationale ploeg?
Seppe Baetens: “Drie maanden geleden kreeg ik een telefoontje van Emanuele Zanini met de vraag of ik geïnteresseerd was om deel uit te maken van de selectie van de Red Dragons. Ik heb dan een week bedenktijd gevraagd. Ik twijfelde tussen rust nemen – wat voor mijn lichaam zeker niet slecht zou zijn – of voor de laatste keer in mijn loopbaan deel uit te maken van de Belgische ploeg. Ik zag dat het een jonge, ambitieuze groep spelers was met heel veel talent en misschien kon ik hen mijn ervaring wel doorgeven. Plus dat ik wel dacht dat ik er zelf nog wel kon van genieten.”

Je speelde wel jouw laatste wedstrijd in Roemenië op 16 mei…
“Klopt. Ik heb dan ook een extra week vrijaf gevraagd en gekregen, zodat ik pas vanaf deze week heb meegetraind en mee gespeeld in een oefenwedstrijd tegen een Franse ploeg. Uiteraard stond ik niet in de basis, maar ik zag wel dat er heel veel potentieel zit in dit team. Ik had een kamer met middenman Lasse Van Genechten van Antwerpen, die ik eigenlijk niet ken en vice-versa. Maar geen probleem: een toffe groep.”

Denken ze niet: wie is die bompa?
“Misschien denken ze dat wel, maar voorlopig zeggen ze dat niet (lacht). Coolman, die binnen twee weken opnieuw kan beginnen trainen, Deroo en D’Hulst zijn wat jonger. Alleen Matthias Valkiers komt in de buurt van mijn leeftijd.”

Speelde je in Roemenië in een sterke competitie?
“Absoluut. Ik denk dat het hier een beetje onderschat wordt. Het is echt wel een goede competitie. Misschien wel sterker dan de Belgische. Er zijn hier zeven ploegen, die sterk aan mekaar gewaagd zijn en allemaal in staat zijn om de top te halen. Er zitten hier ook goede spelers en de budgetten liggen behoorlijk hoog. Verschillende spelers verdienen hier meer dan €100.000.”

Die competitie moet inderdaad over behoorlijke budgetten beschikken met soms toch zware verplaatsingen?
“In de buurt van hoofdstad Boekarest spelen een vijftal ploegen, maar als we b.v. naar Zalau moeten, dan is dat een busreis van acht tot negen uren. In de play-offs wordt dan wel eens twee dagen na mekaar gespeeld, maar niet in de competitie. Ook dan gaan we één dag vooraf op hotel met de ploeg.”

Waar komen die budgetten dan vandaan?
“Bij Geladi, de ploeg die al drie jaar kampioen speelde, hebben ze een rijke voorzitter, die er veel geld insteekt. En dus vonden de andere ploegen dat ze ook over hogere budgetten moesten beschikken. Onze ploeg Steau is de ploeg van het leger, Dinamo is de ploeg van de politie. Of zij veel steun krijgen vanuit die sectoren, weet ik niet. Zalau is een kleinere stad, maar ik veronderstel dat die ploeg o.a. door de stad gesteund wordt. Voeg daarbij dat Steau naast het volley ook nog over andere sporttakken beschikt, zoals het voetbal, het waterpolo, het handbal… en dat die sporttakken natuurlijk ook geld willen. Er wordt dan ook regelmatig wel eens over fraude gesproken.”

Ga je volgend seizoen opnieuw spelen bij die ploeg?
“Ik weet het nog niet. Dat hangt van de situatie binnen de club af. Maar hoe langer dat aansleept, hoe minder kans er is dat ik nog een plaats heb. Al zijn er in de Roemeense competitie wel een twaalftal ploegen.
Boekarest was wel een vlot bereikbare stad. Mijn moeder is wel enkele keren op bezoek geweest. Als het van haar afhangt, moet ik ofwel kiezen voor een stad waar het mooi weer is, of anders voor een stad waar iets te bezichtigen valt. Ze is een goede vriendin van de moeder van Britt Rampelberg en ze ging met haar b.v. mee naar Atlanta, waar Britt speelde. En vermits mijn moeder binnenkort met pensioen gaat, heeft ze nog meer tijd om te reizen. Misschien hangt mijn keuze dus wel van haar af! (lacht)”

Eerst de Red Dragons. Wat zijn de doelstellingen in de VNL?
“Ik ben dus nog maar pas bij de groep, maar ik begreep dat het behoud in de hoogste afdeling van de VNL het voornaamste doel is. Het zal er ook van afhangen welke teams onze tegenstanders afvaardigen. Komen ze met hun sterkste ploeg of met een soort B-ploeg. Bij onszelf zie ik dat alleen Sam Deroo en Pieter Coolman er niet zullen bij zijn in de eerste poulewedstrijden, maar ik merk bij iedereen een gezonde ambitie en het is ook de bedoeling om verder te bouwen met deze groep.”

Zal je er maandagochtend al bij zijn als jullie naar Brazilië vertrekken?
“Voorlopig heeft Zanini zijn selectie nog niet bekend gemaakt. Wij spelen er de eerste week vier wedstrijden op vijf dagen: Brazilië, Iran, Servië, Bulgarije. Ik denk dat wij zullen starten als ‘underdog’. Maar dus wel met ambitieuze jonge gasten en kerels met talent. Misschien kunnen we in die week toch wel stunten, zoals de Yellow Tigers dat deden tegen Polen.
Ik hoop dat ik kan meedoen, ik kreeg inspuitingen tegen de gele koorts. Maar ik begrijp ook dat ik pas vanaf deze week aan de trainingen meedeed. Ik hoop zeker mijn kans te krijgen. Ze weten ook dat ik niet sta te springen om absoluut iemands plaats af te nemen met het oog op de toekomst, maar mijn ervaring wil ik zeker meegeven. Eventueel in de volgende poulewedstrijden. Ik ben fysiek nog in orde en dit is toch wel een leuke uitdaging in het wellicht laatste jaar uit mijn volleycarrière.”

Tekst: Marcel Coppens
Foto: TopVolley Belgium

Top