Kris Vansnick: “Fier dat ik verschillende speelsters mee aan een internationale carrière kon helpen”
Iemand die zich mag beroemen om de medewerking aan 13 Belgische volleytitels, 9 Belgische bekers, 2 BeNeCups, 7 Supercups, die onderdeel uitmaakte van het nationale team dat brons haalde op het EK vrouwen en 699 officiële wedstrijden op zijn actief heeft staan, hoeft natuurlijk niet meer voorgesteld te worden.
Hoewel er over Kris Vansnick toch nog wel een aantal dingen te vertellen zijn, die meer toelichting vereisen. Na jarenlange trouw en vele successen bij Asterix maakt de 45-jarige Pajottenlander nu de overgang naar de Franse topploeg Les Mariannes 92 in Parijs. En wist je trouwens dat hijzelf als libero aan zijn actieve volleycarrière begon?
Kris Vansnick: “Ik zette mijn eerste stappen bij Gooik, maar verhuisde na 1 seizoen naar de sterke jeugdopleiding van Lennik, waar o.a. Jo Baetens en Jan De Brandt toen triomfeerden in de eerste ploeg. Nadien heb ik zes jaar bij Michelbeke gespeeld, dat we van tweede divisie naar eerste nationale brachten. Maar toen het bestuur er besloot om alles in te zetten op de vrouwenploeg, zijn we met enkele spelers nog één jaartje overgestapt naar Kemzeke/Stekene.”
Je maakte echter al snel naam als scouter/statistieker…
“Dat had ook wel te maken met mijn opleiding als IT’er. Ik maakte als ontwikkelaar software applicaties voor een aantal grote bedrijven, later werd ik projectmanager en pas vanaf het moment dat ik bij Asterix en de nationale ploegen de kans kreeg om van m’n passie mijn beroep te maken, waagde ik de sprong om fulltime coach te worden.”
Je werd ook 4 jaar assistent bij Asse-Lennik en acht jaar bij Asterix. Een wezenlijk verschil tussen een mannen- en een vrouwenteam?
“Ik werkte bij Lennik o.a. met Sacha Koulberg en Alain Dardenne als trainers. Daar was mijn taak hoofdzakelijk om te scouten en de statistieken bij te houden. Minder veldwerk. Bij Asterix werd het takenpakket uitgebreid en kreeg ik ook de leiding over een aantal trainingen en de feedback die ik kreeg, kunnen doorgeven. Natuurlijk kreeg ik met een trainer als Gert Vande Broek ook inzicht in een aantal technische en tactische factoren, ik maakte door Gert ook kennis met andere internationale stijlen, die mijn eigen ideeën als trainer nog vergrootten.”
Stond je niet plots voor een grote uitdaging toen Gert wegviel?
“Ik ben daar redelijk realistisch en nuchter bij gebleven. Het waren ook grote schoenen om te vullen: Gert heeft met Asterix alles gewonnen wat je kan winnen in het vrouwenvolleybal. Daarmee jezelf proberen te vergelijken werkt contraproductief. Er stond vooral een stevig fundament om op verder te bouwen. Natuurlijk was het tegelijkertijd een ongelooflijke uitdaging. Maar ik besliste om het project verder te zetten, waaraan we bezig waren. Jongeren beter maken, zorgen voor de nodige dynamiek, tactische plannen uitwerken, mijn IT-kennis nog verder implementeren en nieuwe zaken toevoegen zoals het permanent meten van de serve snelheden of het gebruik van AI voor het inscouten van trainingsvideo’s.”
Wat waren de mooiste momenten, de sterkste herinneringen?
“Ach, dat zijn er zovele. Ik ben vooral fier dat we de bestaande structuur hebben kunnen verder zetten en dat ik er mee kon toe bijdragen dat een aantal speelsters hun carrière ook internationaal konden uitbreiden. Qua prestaties vond ik onze kwalificatie voor de poulefase van de Champions League het sterkste, omdat we daarvoor toch de kampioenen van o.a. Roemenië en Kroatië moesten uitschakelen, om dan in een reeks terecht te komen met Rzeszow, Stuttgart en Conegliano, het mekka van het Italiaanse vrouwenvolley. We kregen felicitaties omdat ze onze prestaties daar een beetje onderschat hadden en in allerijl hun beste speelsters nodig hadden om alle sets te winnen. En verder schat ik al onze (beker-)finales hoog in, die we konden spelen in het toch iconische Sportpaleis.”
Naast successen staan soms ook ontgoochelingen…
“Een finale verliezen is nooit leuk of vroeg uitgeschakeld worden in de beker zoals in het voorbije seizoen. Dat kan je niet meer rechtzetten. Extra-sportief betreur ik het dat we ter plaatse blijven trappelen in de evolutie van het vrouwenvolley in de Belgische clubcompetitie. In tegenstelling tot b.v. Duitsland, waar er gespeeld wordt voor volle zalen, hebben we hier enkele stappen gemist. Voor de bekerfinale daagt wel veel volk op en ook met de Yellow Tigers hebben we – na de Belgian Cats – een product dat de mensen aanspreekt. Maar dat ontbreekt helaas nog wat in het clubvolley.”
Je stopt nu bij Asterix, maar je ziet Stragier, Overwater, Cos, Fransen, Bertels en Debouck de club verlaten. Toch een zwaar verlies, niet?
“Het zal een beetje nieuw worden voor coach Frederik De Veylder, maar hij kan toch rekenen op een kern van een zestal speelsters die blijven. Het is allemaal nog niet officieel aangekondigd, maar als ik zie wie er bij komt – o.a. Liese Verhelst, Flore Maes, Sara Hauben, Nel Demeyer, Ana Vandenspiegel en nog een Nederlandse middenspeelster, dan denk ik dat Asterix weer over een ploeg zal beschikken die kan meedoen voor de top in België.”
Je maakt nu de overstap naar een Franse club. Waren er nog andere aanbiedingen?
“Er waren drie ernstige kandidaten. Ik heb dan gekeken naar de sportieve projecten en naar de nabijheid voor mijn familie. Op een goed anderhalf uur ben ik met de trein van Parijs in Brussel. Het is bij Levallois Paris St.-Cloud een aantrekkelijk project, waar ook gewerkt wordt met jongere speelsters, zoals ik dat in België deed. En de ploeg trok ook enkele mooie internationale profielen aan, o.a. een speelster uit de Japanse nationale ploeg, die ook nog teamgenote was bij Lise Van Hecke. Ik kom anderzijds terecht in een competitie die ik nog niet zo goed ken. maar met de Italiaanse coach die mijn voorganger was, werd ze op vier jaar tijd 2x Frans kampioen en in het voorbije seizoen werd ze tweede na Mulhouse.”

Hoe bevielen jou de eerste contacten met de ploeg, waar Stijn Morand (coach van Gent) nog jaren actief was? Had je inspraak bij de samenstelling van de ploeg?
“Stijn was nog coach bij een anders gestructureerd team. Deze ploeg is eigenlijk een samensmelting van drie vorige clubs. We hebben inderdaad al verschillende keren rond de tafel gezeten: eerst gekeken wie er nog onder contract lag en dan werd me gevraagd met welk type speelster ik graag zou aantreden, die paste bij mijn manier van spelen.
We moeten ook rekening houden met een nieuw reglement: er moeten vijf Franse speelsters op het blad staan en er moeten altijd twee Fransen constant op het terrein staan. Levallois bezit ook een Centre de formation en hun tweede ploeg speelt mee in de reeks net onder de hoogste. Verschillende van die meisjes zullen ook met het eerste team meetrainen, zoals dat ook bij Asterix gebeurde.”
Wat zijn de ambities van deze ploeg?
“Zij zijn rechtstreeks geplaatst voor de Champions League. Dat zegt genoeg. We willen dus graag in de Franse top blijven spelen. Ik heb daar al een rondleiding gekregen en de omkadering is vergelijkbaar zoals bij de topclubs uit de beste competities. Zo werken er bijvoorbeeld vier mensen die voor de administratie zorgen, ze hebben een fulltime voorzitter die uit het bedrijfsleven (McKinsey) komt. Qua stabiliteit lijkt het me daar in orde. Ik zal er ook kennis maken met andere nationaliteiten en culturen. Ik ken de samenstelling van de andere Franse ploegen nog niet goed. Bij sommige zijn er nog plaatsen die ontbreken en bij Mulhouse hebben ze b.v. ook acht nieuwe speelsters.”
Vroeg dit alles toch niet om een stevig gesprek met de familie?
“Natuurlijk en ik ben mijn echtgenote veel dank verschuldigd dat ze me ondersteunt in mijn ambities. Maar ze heeft een goede job in het bedrijfsleven en onze oudste zoon gaat vanaf komend schooljaar naar de topsportschool. Bovendien speelt de ploeg op zaterdag haar thuismatchen vrij vroeg in de namiddag, zodat ik ’s avonds nog naar huis kan bollen omdat de zondag voor de speelsters een vrije dag is. En natuurlijk ken ik ook het verwachtingspatroon in de sport mocht met minder vlotten zoals verwacht.”
Genoeg over de clubs. Aandacht voor de nationale ploegen. Ook daarin heb je allicht mooie herinneringen.
“De dag dat de Yellow Tigers brons haalden op het EK 2013 in Berlijn was natuurlijk een uitschieter en de start van een héél mooi verhaal. Maar ik heb eigenlijk een pak leuke herinneringen aan verschillende generaties die passeerden bij de Yellow Tigers. De EK’s en WK’s waaraan we deelnamen. Zoals bijvoorbeeld de wedstrijd in eigen land op het laatste EK tegen Turkije. Marlies Janssens vindt die nog steeds één van de strafste uit haar hele carrière. Ook een fantastisch WK in Nederland in 2022 – met nog steeds de beste prestatie ooit van de nationale ploeg. En dan vorige zomer nét niet in de top-8 geraken op het WK, waar we tegen Polen één setje te kort kwamen. Maar ik hoop dat het hierbij nog niet eindigt. Ik ben nog niet zinnens nu al mijn memoires te schrijven (lacht).”
Ook bij de Yellow Tigers was één van jouw sterke punten om de tegenstander uitstekend te ontleden.
“Ik denk dat dit inderdaad één van mijn sterke kanten is, hoewel ik heel tevreden ben met de omkadering van de huidige ploeg voor VNL en EK.”
Kan je voorbeelden geven hoe je b.v. tegen de komende VNL-tegenstanders aankijkt?
“We beginnen tegen Polen, van wie we vorig jaar een pak voor de broek kregen in de VNL. Ik reken hen bij de ploegen die fysiek heel sterk zijn, zoals dat ook het geval is met Brazilië, Turkije en Italië. Daarachter komen een aantal landen die qua speelstijl en qua kracht vergelijkbaar zijn zoals wij en daar reken ik b.v. Tsjechië bij en Frankrijk of Duitsland. En dan heb je er nog enkele ploegen bij met een compleet andere speelstijl zoals Thailand.
Het blijft natuurlijk onze bedoeling om in de VNL te blijven met het oog op ons verdere klassement op de wereldranglijst. Het is echter ook nog niet de eerste doelstelling om de Final 8 te halen. We mogen de ploeg ook niet plat spelen, want er komt later dit seizoen nog een EK. Het zou mooi zijn mochten we na twee weken haast zeker zijn van het behoud, zodat we ons in de laatste week vooral kunnen toeleggen op de ontwikkeling van de jongere speelsters tegen sterke landen.”
Mogen we stellen dat je op het EK haalbare tegenstanders treft met Spanje, Portugal, Roemenië, Azerbaidjan en Nederland?
“Dat is zeker een poule waarbij we ons bij de eerste vier moeten kunnen plaatsen. Maar het komt er ook op aan om zo hoog mogelijk te eindigen, want als vierde kom je anders in de volgende ronde uit tegen het nummer één uit een andere poule en dat kan dan Turkije, Polen of Duitsland zijn. Maar dat is allemaal nog ver af (22/08). Laat ons eerst maar de VNL-competitie afwachten.”
Verlies je bij de VNL-selectie geen ervaren speelsters?
“Neen. Compleet dezelfde groep als vorig jaar. In de eerste fase moeten we enkel Silke Van Avermaet missen, die wat rust inlaste om zich fysiek helemaal voor te bereiden op een nieuw clubseizoen. De jongere speelsters hebben intussen weer enkele stappen voorwaarts gezet, terwijl b.v. Nagels in Duitsland kampioen werd en Krenicky in Roemenië de beker won. En wees maar zeker dat Britt Herbots met heel wat brandstof op het terrein zal komen om haar waarde nogmaals te bewijzen.”
Jullie starten ook met de Rising Tigers. Een goed idee?
“Absoluut. Gewoon een noodzaak voor onze talentrijke jongeren, dat op heel veel enthousiasme onthaald werd. Het is een professioneel project, waar ik mij nauw bij betrokken voel. Het is met de ganse staff goed doorgenomen en de doelstellingen werken besproken. Het staat voor een tiental weken (tot op 1 augustus de meeste clubtrainingen starten) onder leiding van Bram Van den Hove en Ugo Blairon, een samenwerking dus tussen Vlaamse en Waalse trainers. Heel positief. Er zijn oefenwedstrijden tegen Nederland en Duitsland voorzien en een gedeelte van deze speelsters nemen ook deel aan het EK U18. Bij de Yellow Tigers hebben we dus zeventien speelsters en daar blijven er 14 van over voor de VNL. De drie die daar afvallen, schuiven in die periode ook door naar de Rising Tigers.”
Wat zijn jouw toekomstambities verder?
“Ik heb met Parijs een eerste stap in het buitenland gezet. Daar goed presteren, is de eerste doelstelling. Ik ga ook niet springen op elk veel groter financieel aanbod. De ganse puzzel moet in mekaar passen. Ik heb daar een mooie staff om mee te werken.
En verder wil ik zeker met de Yellow Tigers doorgaan tot 2028 en trachten een ganse generatie aan boord te houden, zodat de gemiddelde leeftijd ook iets in de hoogte kan gaan. Het is een engagement waarbij ook de sfeer in de groep van groot belang is en op dat punt werkt dat momenteel uitstekend.”
Door jouw vele internationale contacten leer je misschien ook veel van andere trainers?
“Ik word zeker heel hard beïnvloed door Giovanni Guidetti, de man die onlangs voor de zevende keer de Champions League won en met zijn Turkse ploeg een 0-2 achterstand goed maakte tegen favoriet Conegliano. Met hem heb ik regelmatig contact. Ik onderhoud ook goeie contacten met de trainers van Japan, Polen, Nederland en ik had onlangs nog gesprekken met de Franse bondscoach, die mijn bedoelingen bij Parijs voor zijn Franse speelsters wou bespreken.
En natuurlijk heb ik ook in België met Jan De Brandt een zeer ervaren mentor die ik regelmatig spreek. Net zoals ik ook met mijn vroege mentor Gert Vande Broek nog in contact ben. Hij stelt momenteel zijn wetenschappelijk onderzoek ten dienste van verschillende clubs in verschillende sporten. Ik ben en blijf erkentelijk voor de kansen en voor alles wat hij mij geleerd heeft.”
Tekst: Marcel Coppens
Foto’s: Lotto Volley League - framedbyfem en Volleyball World
Fandagen in Beveren:
Woensdag 27 mei: Red Dragons tegen Frankrijk – 15u
Vrijdag 29 mei: Rising Tigers tegen Young Tigers U18 – 16u15
, Yellow Tigers tegen Zweden – 20u
Zaterdag 30 mei: Yellow Tigers tegen Zweden – 16u30