Robbe Van de Velde (Lindemans Aalst): “Op het laatste moment uit de top vier vallen, zou aanvoelen als falen”
Volleybal zit diep verankerd in het DNA van Robbe Van de Velde. Met mama Kristien Hoorens — voormalig topspeelster bij Bell’s Temse, Kieldrecht en de nationale vrouwenploeg — en papa Luc, een krachtige aanvaller bij Hades en VC Temse, kon het haast niet anders. En dan is er nog nichtje Lise Van Hecke, intussen uitgegroeid tot een absolute wereldster.
Op zijn 23ste staat Van de Velde met Lindemans Aalst voor enkele bepalende weken: de strijd om de top vier in de Lotto Volley League afgewisseld met een Europese kwartfinale tegen PAOK Thessaloniki. Met talent, ambitie en knieën die al twee jaar dwarsliggen.
Opgegroeid in zo’n volleybalfamilie: voelde het alsof je geen andere keuze had?
Robbe Van de Velde: “Eigenlijk niet. Er is thuis nooit druk geweest dat ik een topspeler moest worden. Natuurlijk kijk je als jong gastje op naar iemand zoals Lise, dat inspireert uiteraard. Maar het was geen verplicht verhaal. In de topsportschool van Vilvoorde verandert dat wel. Daar word je in een strak regime klaargestoomd voor het profbestaan. Dan groeit de ambitie vanzelf.”
Je generatie was ook niet de minste.
“Absoluut. Ik zat in de lichting met Mathijs Desmet, Wout D’Heer en Michiel Fransen. In de jeugdselecties speelde ik samen met Seppe Rotty en Simon Plaskie. Die mannen en die omkadering duwen je vooruit. Maar thuis bleef het altijd rustig. Mijn ‘volleybalgenen’ uitten zich vooral in mijn lengte, denk ik,” (lacht).
Na Aalst volgde vrij snel de stap naar Düren. Een logische volgende stap?
“Ja, daar sta ik nog altijd achter. Mijn eerste periode bij Lindemans Aalst verliep positief. De transfer naar Düren was sportief gezien de juiste keuze. Maar dan kwamen die knieproblemen.”
Die wegen nu al twee jaar door.
“En dat heeft toch veel veranderd. Fysieke problemen die aansleepten, de revalidatie. Het was een mentale uitdaging. Als die blessures er niet waren geweest, was het een geslaagde overstap geweest, daar ben ik nog steeds van overtuigd. Nu ben ik terug bij Aalst met als voornaamste doel: opnieuw fit worden.”
Wat betekent dat concreet?
“Vertrouwen opbouwen. Plezier terugvinden. Volleybal blijft de tofste sport die er is. Maar ik ben wel realistischer geworden. Deze zomer bekijken we of een operatie of injecties nodig zijn om het probleem structureel op te lossen.”
Intussen zit Aalst in de beslissende fase van het seizoen. Zowel nationaal als Europees. Ze hebben hun kapitein nodig.
“Inderdaad. Gelukkig gaat het de laatste weken beter met mij. Alleen weet je nooit hoe lang die knieën het volhouden. We staan voor cruciale wedstrijden. Dit is het moment waarop je er moet staan als ploeg.”
De top vier is het grote doel.
“En terecht. Hadden we geen punten laten liggen na de 2-0-voorsprong tegen Menen en Leuven, of die 3-2-nederlaag in Achel konden vermijden, dan waren we nu al zeker van deelname aan de BeNe Conference. Wij moeten volgend weekeinde naar Menen. Tegelijkertijd ontvangt Maaseik de ploeg uit Leuven, die ook nog meedoet voor die top vier en bovendien op de allerlaatste speeldag naar Waremme moet. Alles wijst erop dat de beslissing op de slotspeeldag zal vallen in een rechtstreeks duel tussen Aalst en Maaseik. Op het laatste moment uit de top vier vallen, zou aanvoelen als falen.”
Tussendoor is er ook nog Europa: PAOK Thessaloniki in de kwartfinale van de CEV Challenge Cup.
“Die thuiswedstrijd is bewust verplaatst naar dinsdag 10 februari, zodat we ons beter kunnen voorbereiden op Maaseik. Het wordt druk en stressvol, maar Europees kunnen we vrijuit spelen. PAOK is een sterke ploeg, zij zijn favoriet.” (PAOK is niet de club waar coach Frank Depestele actief was. De trainer-coach van Aalst was 20 jaar geleden spelverdeler bij de concurrenten van Iraklis Thessaloniki, red.).
Zulke matchen zijn goed voor het team, voor de maturiteit, voor de sfeer. We hebben niets te verliezen. Dat is een groot verschil met die allesbepalende wedstrijd tegen Maaseik. Dan is het echt erop of eronder. Dan is verliezen geen optie.”
Tekst: WV
Foto: Charlotte Van Audenhove