Britt Herbots: “Ik zou héél graag de kwartfinale spelen op het EK ”

19/08/2026

De Yellow Tigers staan aan de vooravond van het tweede hoofdgerecht van de zomer. Het Europees Kampioenschap volleybal dient zich aan als een cruciale stresstest voor de nationale vrouwenploeg. Na een slopende en soms grillige campagne in de Volleyball Nations League (VNL) - waarin het team zich knap wist te handhaven tussen de wereldtop - verhuist de focus definitief naar de continentale titelstrijd. Aan het hoofd van de troepen staat een speelster die de afgelopen jaren is uitgegroeid tot hét uithangbord van onze nationale ploeg: Britt Herbots.

De 26-jarige wervelwind kende een zomer vol emoties en mijlpalen waarin ze niet alleen schitterde op het veld als topscorer aller tijden van de VNL, maar ook buiten de lijnen werd geëerd als ereburger van haar thuisstad Sint-Truiden. Toch waren de voorbije weken allesbehalve een onbezorgde wandeling door het park. Een fysieke slijtageslag, vervelende spierblessures en de constante zoektocht naar de juiste automatismen binnen een sterk vernieuwde en jonge groep eisten het uiterste van het Belgische speerpunt.

In Bakoe wacht de Tigers een verraderlijk parcours. Een poulefase met gastland Azerbeidzjan, aartsrivaal Nederland, Portugal, Roemenië en Spanje biedt enorme kansen, maar vergt vanaf dag één absolute scherpte. Hoe staat de ploeg er fysiek en mentaal voor na de loodzware voorbereiding? Wat vergt de transformatie van 'onstuimige puntenmachine' naar de onbetwiste, tactische en mentale gids van een nieuwe lichting Yellow Tigers? En hoe kan de keiharde Italiaanse Serie A-cultuur helpen om het heilige vuur in de ploeg te ontbranden? In een uitgebreid en openhartig gesprek legt Britt Herbots de kaarten op tafel over haar fysieke paraatheid, de directheid in de kleedkamer, de confrontatie met Oranje en haar dromen voor dit EK.

Met de koffers al half gepakt, de laatste doorgedreven trainingen in Leuven en de Sloveese oefentrip achter de rug, straalt Britt Herbots een gezonde combinatie van rust en gedrevenheid uit. De korte herstelperiode thuis in Sint-Truiden deed overduidelijk deugd, al staat de sportieve focus nu definitief op scherp voor de trip richting Bakoe.

Britt, we kunnen simpelweg niet om jouw voorbije zomer heen. In de Volleyball Nations League zette je jezelf op een fantastische manier op de kaart en kroning tot topscorer aller tijden van het toernooi was een historische mijlpaal. Met welk gevoel kijk je terug op dat moment en wat doet zoiets met het zelfvertrouwen aan de vooravond van dit EK?
Britt Herbots: “De VNL is sowieso elk jaar een enorm pittige competitie, zowel qua reizen als qua wedstrijdschema. Ik heb week één en twee meegedaan en ik denk dat we als team heel tevreden mogen zijn dat we ons vrij snel safe hebben gespeeld. Het verschil in niveau tussen de VNL en bijvoorbeeld de European League is echt gigantisch. Het geeft je wel de ruimte om te experimenteren op het allerhoogste niveau, al waren er logischerwijs ups en downs. Voor mij persoonlijk is zo'n individuele bekroning natuurlijk heel mooi, maar we hebben dit jaar ook wel veel pech gehad met blessures en kleine kwaaltjes links en rechts. Dat was echt niet gemakkelijk om continu te managen binnen de selectie.”

Je stipt die blessures al aan. Zelf sukkelde je in week twee van de VNL even met de buikspieren, een gekend teer punt bij jou. Hoe is dat opgevangen in aanloop naar het EK?
“Hout vasthouden! De buikspieren blijven voor mij inderdaad een zone die het doorheen de jaren stevig te verduren heeft gekregen. Maar eerlijk: dat is de voorbije periode uitstekend gemanaged. Ik heb die tweede week in de VNL nog goed kunnen afwerken. Tegen topteams als Turkije en Brazilië hebben we vervolgens bewust geen enkel risico genomen. Daarna kreeg ik mijn welverdiend verlof. Tijdens de voorbereidingsperiode in Leuven kon ik dagelijks op en af rijden vanuit Sint-Truiden — op een goeie 35 minuutjes ben ik in de zaal. In de voormiddag deden we krachttraining, daarna samen eten, baltraining en herstellen. Die rust op het thuisfront was precies wat mijn lichaam nodig had.”

Over dat thuisfront gesproken: je werd in Sint-Truiden geëerd als ereburger. Welke emoties bracht dat teweeg bij een topsporter die het grootste deel van het jaar in het buitenland verblijft?
(glimlacht) “Dat was echt een prachtige ervaring en een enorm mooie eer. Veel mensen beseffen niet dat we gedurende het seizoen amper thuis zijn. Als ik dan even in Sint-Truiden ben, genieten mijn mama en papa daar intens van. En ik eerlijk gezegd nog meer. Als ik thuiskom, vragen ze steevast wat ik wil eten. Dan vraag ik een hele week om echte Belgische kost: hespenrolletjes met kaassaus, vleesbrood met krieken, een goeie pot stoofvlees of videe... Heerlijk! Thuis noemen ze dat winterkost, maar voor mij is dat pure verwennerij. En dat ereburgerschap... Het was ontzettend leuk georganiseerd. Als je dan op een zaterdag over de markt wandelt en al die steun voelt, geeft dat enorm veel positieve energie. Die steun van het thuisfront neem je toch mee in de koffer.”

De knop moet nu definitief om, want na de voorbereiding tegen Hongarije en tegen Slovenië (3-0 en 3-2-zege) staat het EK voor de deur. Hoe scherp staat de knop afgesteld?
“Mentaal staan we er goed voor, maar het is cruciaal dat we zo snel mogelijk weer het ritme en het niveau van de VNL oprakelen. Dat proces verloopt op dit moment redelijk vlot, al voel je dat het een pittige zomer is geweest. Op het EK spelen we straks vijf wedstrijden op zes dagen tijd... Ik denk eerlijk gezegd niet dat er veel ploegsporten zijn waarin de fysieke belasting zó bizar hoog ligt op korte tijd. Tegen Hongarije hebben we drie wedstrijden gespeeld; zij waren heel erg zoekende met een grote foutenlast, terwijl wij wisselvallig speelden met ups en downs. We hebben vooral gespeeld in functie van onszelf. Die laatste test tegen Slovenië? De laatste jaren zijn zij toch een veel betere ploeg en ze doen volgend jaar ook aan de VNL mee. Dat zijn de testen die we nodig hebben.”

Jij bent doorheen de jaren geëvolueerd van de jonge 'puntenmachine' naar de absolute leider van dit team. Hoe vul jij die rol in binnen een sterk vernieuwde selectie?
“Het is absoluut een overgangsperiode geweest, van coach tot speelsters, er is heel veel veranderd. Zelf vergelijk ik deze groep onwillekeurig nog vaak met de vorige generatie — de periode met Celine Van Gestel, Marlies Janssens, Jutta Van de Vyver... Daarmee hebben we over x-aantal jaren echt iets opgebouwd. Dat allemaal opnieuw inpassen met jonge speelsters is niet evident. We kunnen zeker niet klagen, maar we zijn qua niveau simpelweg nog niet op het niveau van toen. Vroeger had ik puur mijn rol als aanvalster en moest ik veel ballen afmaken. Nu pak ik veel meer verantwoordelijkheid in de receptie, in de verdediging en in de sturing. Ik ben doorheen de jaren completer geworden.”

Adviseer je die jonge speelsters ook om snel de stap naar een buitenlandse competitie te wagen?
“Ja, absoluut. Ik vind dat het beter is dat je op jonge leeftijd wordt uitgedaagd in het buitenland dan te lang in de Belgische competitie te blijven hangen. Ik denk dat de Belgische competitie wat weggezakt is doordat velen gestopt zijn of vertrokken. Ik hoop dus echt dat jongere speelsters de uitdaging aangaan in het buitenland. Terugkomen kan altijd. Zorg dat je in België weet wanneer het geen uitdaging meer is en zoek dan een stap hogerop. Maar natuurlijk: als je naar het buitenland gaat en je bent er fysiek of sociaal nog niet klaar voor, je zit daar alleen en de onderlinge concurrentie is hard, dan kan het moeilijk worden. Ga dus eerst naar een competitie waar je realistisch die stappen kan zetten.”

Jij draait al jaren mee op het hoogste niveau in de Italiaanse Serie A. Welke specifieke hardheid en topsportmentaliteit probeer jij over te brengen op de Yellow Tigers?
“In Italië kan het er heel hard aan toe gaan. Ik ben van mening dat we in een ploeg echt niet allemaal beste vriendinnen moeten zijn. Je moet de dingen eerlijk tegen elkaar kunnen zeggen op het veld. Ploegmaats moeten op hun best zijn, en soms moet je dan af en toe eens keihard zijn voor elkaar. Als we na de wedstrijd een koffie drinken is het goed, maar op het veld mag het wel eens botsen. Soms is dat nodig, we moeten die dingen blijven benoemen. Niet iedereen kan je altijd leuk vinden. In Italië wisselt een team elk seizoen en moet het op héél korte tijd werken. Er zijn mensen voor de goede sfeer, maar op het veld telt het resultaat. Als leider moet ik die rol opnemen, al moet je opletten dat niet iedereen continu zomaar zijn mening spuit, want dan krijg je chaos.”

Elke tegenstander bouwt zijn tactisch plan specifiek op jou af. Hoe ga je om met die extreme 'Herbots-focus'?
“Je kunt jezelf daarin frustreren of er het beste van maken. Je weet dat ploegen je door en door kennen, maar ik moet zeggen dat het andersom ook zo is: ik ken heel wat tegenstanders ondertussen ook door en door. Als zij twee man op mij zetten, tant mieux, want dan heeft Pauline (Martin) of iemand andrs een één-tegen-één situatie op het blok. We hebben jaren met Silke (Van Avermaet) op de opposite gespeeld, we proberen als team altijd oplossingen te zoeken om dat tactische plannetje van de tegenstander te ontregelen.”

Laten we naar de poulefase in Bakoe kijken. Met gastland Azerbeidzjan, Nederland, Roemenië, Spanje en Portugal krijgen jullie een gevarieerde groep. Hoe schat jij de krachtsverhoudingen in?
“Het is een poule met veel gezichten. Bondscoach Kris denkt dat als we tegen gastland Azerbeidzjan spelen, de zaal wel eens goed vol kan zitten. Laat ons hopen van wel, want je speelt duizend keer liever voor een volle zaal. Spanje is echt een flow-ploeg die je niet mag onderschatten. Portugal is minder bekend, het is een paar jaar geleden dat we hen nog zijn tegengekomen. En Roemenië mist één van haar betere speelsters door een kruisbandblessure. We moeten die ploegen zeker niet groter maken dan ze zijn, maar wel met de juiste alertheid op het veld stappen. De moeilijkste tegenstander zijn we momenteel vaak zelf.”

Waarom noem je de Yellow Tigers op dit moment hun eigen moeilijkste tegenstander?
“Omdat we momenteel nog wat te wankel zijn. We zijn echt nog zoekende in ons systeem, vooral in block-defense. We kijken momenteel niet te veel naar de tegenstander, we gaan uit van ons eigen basissysteem. Qua aanvalsspel en variatie speelden we vroeger bijvoorbeeld heel veel 'pipe' (achterlijn-aanval) en veel variatie met de middenspeelsters, wat enorm veel frustratie gaf bij de vijandelijke blocker. Dat spelen we op dit moment nog een pak minder. Serverend blijft het heel belangrijk. Fysiek en mentaal voel ik me oké, maar ik ben zelf ook nog wat zoekende met de spelverdelers. Veel dingen moeten uit een flow komen: als match één en twee vlot gaan, krijg je meer vertrouwen voor match drie en vier.”

En dan is er natuurlijk de altijd geladen clash tegen onze buren uit Nederland…
“Dat wordt een heel belangrijke match. Het zal in de poule waarschijnlijk tussen ons en Nederland gaan om de top-twee. Nederland heeft wel de Final 8 gehaald van de VNL, dus zij zijn heel sterk bezig. We moeten die andere wedstrijden eerst correct afronden en niet te ver vooruitblikken, maar we gaan ons vel tegen Nederland duur verkopen.”

Wanneer is dit EK voor jou persoonlijk en voor het hele team een succes?
“Dat is altijd een hele moeilijke. Het hangt bij mij vooral af van het gevoel na het EK. Resultaatgericht zou ik heel blij zijn als we eerste of tweede worden in de poule. Dan tref je in de 1/8e finales hopelijk een haalbare kaart uit de groep met o.a; Polen, Turkije en Duitsland. En eerlijk? Ik zou heel graag een kwartfinale spelen op dit EK. Ik weet wat deze ploeg kan en wat ze niet kan. We zijn een team dat niet te veel verlammende druk op de schouders moet voelen, dus laten we vooral wedstrijd per wedstrijd bekijken. Maar die ambitie is er absoluut.”

Programma Yellow Tigers – EK groepsfase (Bakoe):
● 22/08: 13u30 België vs. Spanje
● 23/08: 13u30 België vs. Portugal
● 25/08: 13u30 België vs. Roemenië
● 26/08: 16u30 België vs. Azerbeidzjan
● 27/08: 13u30 België vs. Nederland

Tekst: Kenny Hennens
Foto: Volleyball World

Top